Aan het woord.....Sander van Leer over een training voor plegers van huiselijk geweld

“Met een erkenning voldoe je aan de hoogste standaard” Bewijs maar eens dat een interventie effectief is. Dat kan een hele opgave zijn, weet gedragstrainer Sander van Leer uit eigen ervaring met Caring Dads, een groepstraining voor vaders die hun partners of kinderen mishandelen. Maar het loont de moeite, “want met een erkende interventie kun je je als organisatie onderscheiden van de cowboys,” zegt van Leer.

Sander van Leer was nauw betrokken bij de introductie van Caring Dads in Nederland. Dat deed hij indertijd als medewerker van het Leger des Heils, de organisatie die samen met het Expertisecentrum Veiligheid van Avans Hogeschool, hulpverleners van Kompaan en De Bocht en het Veiligheidshuis Midden-Brabant de interventie voor ons land ‘vertaalde.’   

Mooie aanvulling

De resultaten van Caring Dads in Canada, de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk waren voor de toenmalige lector Reclassering en Veiligheidsbeleid bij Avans Hogeschool in Den Bosch, Bas Vogelvang, aanleiding om het Leger des Heils te benaderen. Vogelvang zag de training als een mooie aanvulling voor het nog magere Nederlandse aanbod aan erkende interventies voor de doelgroep. Op zijn aanraden kocht het Leger des Heils de licentie. De hogeschool zelf kon dat niet, zij heeft daarvoor geen budget. Wel kon ze ondersteuning bieden, in de vorm van onderzoek naar de werkzaamheid van de interventie.

Als een organisatie de licentie van een interventie koopt, is het verplicht om zich bij het gebruik aan het voorgeschreven protocol te houden. Als de gebruiker van alles aan de interventie zou veranderen, staat de effectiviteit immers niet langer vast. Van Leer: “Bij de implementatie van Caring Dads in Nederland hebben we, in overleg met de ontwikkelaar van de interventie, slechts enkele kleine aanpassingen aangebracht.”

Twee redenen voor erkenning

Als de interventie niet of nauwelijks is veranderd, waarom is Caring Dads dan aan de Erkenningscommissie voorgelegd? Het bewijs voor effectiviteit was toch al geleverd, in Canada? Van Leer: “De erkenning geeft aan dat je voldoet aan de hoogste standaarden als het gaat om trainingen. Je onderscheidt je daarmee van de cowboys. Buitenlands onderzoek is belangrijk, maar wil niet zeggen dat het in Nederland onder andere omstandigheden ook werkt.”

De tweede reden is vooral pragmatisch. Justitie geeft de voorkeur aan interventies waarvan de werkzaamheid door de Erkenningscommissie is erkend. “Begrijpelijk, want ruim tien jaar geleden werden er allerlei trainingen voor de regulatie van agressie en sociale vaardigheid aangeboden waarvan de effectiviteit niet bewezen was. We hebben het hier dus over trainingen die door de rechter aan mensen worden opgelegd. Zeker in die gevallen mag je verwachten dat de trainingen overal op dezelfde manier worden gegeven en aantoonbaar bijdragen aan verandering van gedrag en vermindering van recidive.”

Ingewikkelde bewijslast

Erkenning aanvragen is niet iets dat je er zo maar even bijdoet, merkt Van Leer op. “Het is “gigantisch” veel werk en vooral de bewijslast is ingewikkeld. Want hoe kun je nou aantonen dat precies jouw training er voor zorgt dat iemand niet terugvalt in oud gedrag? Dat bewijs hebben we voor Caring Dads vooral geleverd aan de hand van persoonlijke interviews. Een standaard vragenlijst, die normaliter voor onderzoek wordt gebruikt, werkt bij deze doelgroep niet.”

“Op verzoek van de deelnemers organiseren we in Nederland twee terugkombijeenkomsten, zodat de vaders gezamenlijk kunnen kijken of het geleerde is blijven hangen. Dat is de theorie, in de praktijk is het echter behoorlijk ingewikkeld om de bijeenkomsten daadwerkelijk te organiseren. Want wanneer en waar doe je dat bijvoorbeeld? In de gevangenis? Buiten de gevangenis?”

Genuanceerd streng

Van Leer zegt dat er bij de start van het erkenningstraject ruim tien jaar geleden veel gesprekken zijn gevoerd over de beoordelingscriteria. Hij vindt het begrijpelijk dat de commissie zeker in het begin van haar bestaan streng in de leer was, maar soms schoot ze door. “In het begin werden er in Nederland meer dan honderd verschillende gedragstrainingen gegeven, trainingen waarvan de effectiviteit vaak niet tot nauwelijks was bewezen. Dat de commissie toen strak oordeelde, snap ik. Maar de commissie vereiste voor blijvende erkenning onderzoek dat in de praktijk niet altijd uitgevoerd kon worden. Daardoor kwamen we niet verder.” Dat is inmiddels veranderd, tot grote opluchting van Van Leer. “Er is meer nuance gekomen. De commissie erkent een interventie nu bijvoorbeeld ook als de aanvrager de effectiviteit ervan - zoals die van Caring Dads - aannemelijk heeft kunnen maken. Daarna kan de effectiviteit met verschillende soorten onderzoek verder worden aangetoond.” 

Over ruim 3 jaar moet de erkenning van Caring Dads verlengd worden. Van Leer verwacht dat de aanvraag tot verlenging niet zo veel werk oplevert. “Er is al veel informatie voorhanden. Bovendien is de interventie sinds de erkenning nauwelijks veranderd.” Hij verwacht dat de erkenning straks relatief eenvoudig verlengd zal worden. Ook al omdat Caring Dads in de praktijk zijn waarde bewezen heeft, concludeert Van Leer. 

Caring Dads

Caring Dads is een groepstraining voor vaders die hun partners en/of kinderen mishandelen. In zeventien groepssessies wordt deze vaders een andere manier van opvoeden bijgebracht. De Erkenningscommissie Justitiële Interventies heeft het programma anderhalf jaar geleden erkend op het niveau Goed onderbouwd. Caring Dads kan zowel vrijwillig als gedwongen worden aangeboden. Het kent een specifieke reeks in- en exclusiecriteria, een verplichte training voor trainers en een uitgewerkt handboek voor trainers met huiswerkopdrachten voor de deelnemers. De training bestaat uit vier opeenvolgende fasen - vertrouwen opbouwen, zelfonderzoek, trainen en leren van nieuwe kennis en vaardigheden.