27 oktober 2017

GBM-maatregel voor delinquenten niet effectief

Jeugddelinquenten die een gedragsbeïnvloedende maatregel (GBM) krijgen opgelegd, recidiveren niet minder vaak dan jongeren met voorwaardelijke jeugddetentie. Dit blijkt uit onderzoek van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatie Centrum (WODC).

Bijna een derde van de jongeren met een GBM gaat binnen de eerste zes maanden van de maatregel opnieuw de fout in. Dit verschilt niet significant met delinquente jongeren met een PJI-maatregel of met voorwaardelijke jeugddetentie. Een jaar nadat de GBM is afgelopen, heeft 52 procent van de jongeren gerecidiveerd. Na twee en drie jaar loopt dit percentage op naar respectievelijk 65 en 71 procent. Ook deze percentages zijn niet significant verschillend.

Sinds 2008 kan de rechter een GBM opleggen aan jongeren met psychische problemen die een ernstig misdrijf of veel delicten hebben gepleegd. Zij moeten verplicht deelnemen aan een programma met verschillende interventies, zoals een psychiatrische behandeling. De maatregel wordt opgelegd als een voorwaardelijke PJI-maatregel, een plaatsing in een inrichting, te zwaar is en voorwaardelijke jeugddetentie te licht. De straf is de afgelopen jaren weinig opgelegd.

Bron: WODC

Meer informatie