30 juni 2017

Verslag van de bijeenkomst op 16 mei 2017

Op 16 mei jl. vond in Utrecht een veldbijeenkomst plaats die werd bezocht door ruim 30 deelnemers uit het justitiële veld.

In het eerste deel van de bijeenkomst konden de deelnemers luisteren naar twee plenaire lezingen. Liza Cornet, werkzaam bij het WODC, ging in haar presentatie in op een aantal neurowetenschappelijke toepassingen bij de aanpak van jeugdcriminaliteit. In februari 2017 verscheen het rapport “Neurowetenschappelijke toepassingen in de jeugdstrafrechtketen. Inventarisatie instrumenten, preventie en interventie” dat zij samen met een aantal collega’s publiceerde. Klik hier voor haar presentatie.

Aansluitend vertelde Marijke van Genabeek, pedagogisch directeur van de RJJI, in haar presentatie over de drie kleinschalige voorzieningen in Amsterdam, Nijmegen en Groningen, waar jongeren verblijven in een laag beveiligde en regionale setting. Deze voorzieningen, ook wel proeftuinen genoemd, zijn een uitwerking van de Verkenning Invulling Vrijheidsbeneming Justitiële Jeugd (VIV-JJ). Klik hier voor haar presentatie.

In het tweede deel van de bijeenkomst gingen de deelnemers in groepjes uiteen om in drie ronden met elkaar van gedachten te wisselen over werkzame elementen, implementeren en evalueren en monitoren. Hieronder een beknopte weergave van de belangrijkste punten die door de deelnemers zijn genoemd.

Werkzame elementen

De vraag die bij de netwerktafel werkzame elementen centraal stond was: “Wat kan het werken met werkzame elementen betekenen voor het justitiële veld?” Losse elementen zijn volgens de deelnemers toch lastig, vaak is het de bundeling van de afzonderlijke elementen die een interventie werkzaam maakt. Toch kan het zinvol zijn om modulair te werken, mits in een bepaalde volgorde en met de juiste afspraken. Losse elementen bieden daarentegen ook de mogelijkheid om meer maatwerk te bieden en de interventie beter op een individuele cliënt af te stemmen. Wanneer er meer in de richting van het werken met werkzame elementen wordt gedacht, is het interessant om na te gaan wat er nou precies voor zorgt dat een element werkzaam is. Daarnaast vraagt het werken met werkzame elementen ook iets van de organisatie, in ieder geval afstemming over wie doet wat. Tot slot gaven deelnemers aan dat het van belang is om ook de effecten op langere termijn te meten.

Implementatie

Allereerst is het van belang om zicht te hebben op wat er zoal aan interventies voorhanden is. De verschillende databanken van het Nji, Movisie en het Trimbos-instituut bieden een overzicht van interventies die reeds ontwikkeld en erkend zijn. Deelnemers vinden het belangrijk dat voorafgaande aan de ontwikkeling van een nieuwe aanpak, eerst wordt gekeken naar het bestaande aanbod. Een nieuwe interventie moet iets toevoegen aan het bestaande aanbod. Het is volgens de deelnemers zinvol om nieuwe interventies met meerdere aanbieders te ontwikkelen. Er is meer ondersteuning van ontwikkelaars nodig voor implementatie en onderzoek. De verantwoording van een interventie moet gedeeld worden. In de toekomst zou het misschien interessant zijn om met bouwstenen voor flexibele interventies te werken. Daarnaast zou een inkoper meer moeten bepalen: wie betaalt bepaalt. Dit kan van invloed zijn op de kwaliteit en de implementatie van interventies.

Evalueren

Eén van de criteria om voor indiening bij de Erkenningscommissie in aanmerking te komen, is dat er een procesevaluatie moet zijn uitgevoerd naar de interventie. Een procesevaluatie kan helpen bij de doorontwikkeling, het helpt om kinderziektes in de interventie op te sporen. Een procesevaluatie biedt de mogelijkheid om ook de ‘softe’ resultaten te meten zoals verhalen over de werkzaamheid van een interventie of de invloed van een klik tussen de cliënt en de uitvoerder of vrijwilliger. Er vond een discussie plaats over het wel of niet inzetten van een onafhankelijk onderzoeker bij het doen van een procesevaluatie. Het is vooral belang dat er zo objectief mogelijk naar de uitvoering en uitkomsten van de betreffende interventie wordt gekeken. Soms is hiervoor inderdaad een onafhankelijk onderzoeker nodig. Soms zijn interventie-eigenaren echter prima in staat om dit zelf of in samenwerking met een onafhankelijke partij te doen. Tot slot was er bij deze netwerktafel ook de roep om breder te kijken dan enkel naar recidive, soms zijn andere uitkomstmaten ook van belang voor een goede evaluatie.

Monitoring

Het doorlopend bijhouden van de resultaten van een aanpak noemen we monitoren. Een belangrijk punt van aandacht tijdens de netwerktafels was de financiering van dit monitoren. Het zou helpen wanneer bijvoorbeeld de gemeenten monitoren ook zouden vergoeden (afhankelijk van de inkoper). Monitoren is vooral zinvol als professionals er ook van kunnen leren en wanneer een aanpak kan worden bijgesteld als de uitkomsten anders uitvallen dan gehoopt. Belangrijke vragen die gesteld werden tijdens deze netwerktafel zijn: hoe maak je gegevens bruikbaar voor de beroepspraktijk? Hoe houd je monitoring objectief? En hoe zorg je er voor dat de resultaten van monitoren ook leiden tot leren van professionals.

Gedurende de bijeenkomst heeft Rob van Barneveld (live tekenaar en illustrator) een aantal tekeningen gemaakt. Zie Tekening 2, Tekening 3, Tekening 4 en Tekening 5 voor zijn impressies van de middag.

De bijeenkomst werd afgesloten met een borrel, zodat de deelnemers nog even konden napraten en nader met elkaar konden kennismaken. De volgende bijeenkomst zal plaatsvinden in het najaar.